30. sep, 2020

De achteruitgang van de vogelstand in Nederland.

Wat is nu in 2020 de balans na alles in de natuur gedurende 50 á 60 jaar te hebben gevolgd?

Stil, leterlijk stil. Laat ik maar beginnen in 1960 rondom mijn ouderlijk huis in het dorpje Asten-Heusden. Als ik 's morgensvroeg wakker werd en naar buiten ging was er volop leven. De  haan kraaide in het kippenhok, de koeien loeide in de wei. Overal gesjielp van huis en ringmussen, de zang van merels en grote lijster. De Koekoek riep van dichtbij uiteraard koekoek (daar dankt hij zijn naam aan). Maar ik ben er nog lang niet. Ik neb noch niet vernoemd de vink, spreeuw, spotvogel, grasmus, de zingende kneu man op de meidoornheg en iets verderop voor, en achter ons huis waar de rogge- gerst- haver en tarwevelden in de wind wuifden naar iedereen die voorbijkwam hoorde je de slag van de kwartel, kwik-kwik-medit, het hese stemgeluid van de patrijs, de kwetternde boerenzwaluwen op de bovengrondse stroomdraden. Ook de zomertortels koerden nog op diverse plekken. Rondom het dorp dus volop leven om van te genieten en met de frisse, zuivere nectargeuren was het eigelijk het leven in het aards paradijs.

Dan loop ik op een lentemorgen in mei nog wat verder het boerenland in. Daar zingt in een wilgenstruik de bosrietzanger die vermoedelijk zijn nest heeft in het ernaast gelegen korenveld. Verder lopend over het zandweggetje met diepe karresporen, bij een groep brandnetels en wat braamstruiken, de braamsluiper. En overal rondom mij heen de naar benede dalende, jubelende veldleeuweriken en verder een baltsende fazantenhaan. Nog verder aangekomen bij een kruiderijk weilandje gelle en witte kwikstaarten wippend met hun staart, heftig op zoek naar levend voer om er hun jongen mee te voederen. In datzelfde weiland graasden wat koeien met horens en daar tussendoor keiviten met kleine jongen en spreeuwen op zoek naar emelten. Langs een slootkant op de weidepaal eengraspieper met voer in zijn snavel om er zijn jongen mee te voederen. Nog verder wandelend zag ik in een berkenboompje naast het zandweggetje een zinggende geelgors man zie foto voor meer foto's www.theovandemortel3.nl. Ook  overal om mij heen fladderende vlinders, te veel om op te noemen. Nou ja te veel. Zie je nou wel. Vergeet ik het overal kwetterende roodborstrapuitje.

Inmiddels ben ik aangekomen in het Sengersbroek, een vrij nat broekbos. Op verschillende plekken zingende nachtegalen en een jodelende wielewaal. Overal zwartkoppen en tuinfluiters en af en toe een fluitende zanglijster. Wel volop merels, mezen, fitis, tjiftjaf, bonte spechten en in de kamperfoelie nestelende winterkoningen of staartmezen. En dat gaat zo maar door.

Nu  nader ik een nat stuk, gelegen aan de Eeuwelseloop Sjefke Manders wildernis genaamd. Daar weg vliegende watersnippen en een houtsnip, wilde eenden en fazanten. Dan kom ik uit bij het bos van Willem Manders gelen tegen de dennebossen van Hoogenbergen. Daar een biddende torenvalk die vermoedelijk jongen had in een oud kraaiennest. Al lopend door het bos zie ik volop zwartemezen die broeden in muizenholen langs de slootkanten en kool- en pimpelmezen, kuifmezen en goudhaantjes. Een stuk verder een nest met jonge ransuilen. Dan loop ik verder het bos uit en kom weer terecht bij een zandweg, genaamd Korhoenweg. De nieuwe benaming zou moeten zijn (Korhoen - weg). Vermoedelijk hebben hier voor mijn tijd nog korhoenders geleefd. Weer teruglopend naar huis heb ik zes kilometer zandweg afgelechd, maar vol met mooie herinneringen.

Drie maanden later loop ik datzelfde stuk nog eens. Nu waren de graanakkers geoogst. Hier en daar stonden nog wat teilen met op somige toppen witte of gele kwikstaarten ook wel eens een roodborsttapuitje. En overal dicht bij de rand van de weg het geoogste graan keurig opgestapeld op een ronde korenmijt met op de top een metalen ring. Op de overgebleven stoppelvelden overal veel houtduiven en enkele koppels holenduiven en zomertortels die op zoek waren naar het achtergebleven graan of naar het zaad van onkruiden fazanten en patrijzen met hun jongen. Voer genoeg voor alle vogels. Overal  om me heen  volop vogels. Wat een rijkdom! ik was het bijna vergeten. Natuurlijk zag ik ook konijnen en hazen in het veld, kraaien en eksters en vlaamse gaaien.

Weer drie maanden later, het is inmiddels november zijn de insecteneters vertrokken naar Zuid-Europa of Afrika en andere trekvogels uit Scandinavië zijn hier om te overwinteren. De korenmijten zijn inmiddels bijna gedorst maar op de overgebleven restjes onkruidzaad zitten grote groepen vinken, kepen, geelgorzen en enkele groenlingen.. Verder op de overgebleven stoppelvelden nog veel graspiepers en veldleeuweriken, vermoedelijk op weg naar het zuiden. De aardappels en suikerbieten zijn ook geoogst. En daar scharrelen zwarte kraaien rond en op enkele plekken zelfs bonte kraaien. Dat was dan op vogelgebied de balans van 1960.

Dan verdergaande in de maand mei van 1961 van Hoogenbergen richting de Astense-Peel met wuivende graanvelden, aardappelveldjes, suikerbieten en zelfs mangelwortels en steeds meer laaggelegen kruiderijke weilanden met een rijkdom aan vogels. Nu zelfs jodelende wulpen en volop kieviten maar ook overal, zeker in ieder weiland wel grutto's hangend in de lucht of staand op een weipaal en maar roepen. Grutto-grutto-grutto! Er liepen zelfs jongen in de wei. Waar in de weilanden koeien graasden waren op de laagstgelegen drassige plekken drinkkuilen gemaakt en daar stond op de weipalen ook nog wel eens een tureluur of ze liepen op de slikranden van een dergelijk plasje. Maar ook de watersnip kwam je er volop tegen. Rondom de peel opvalend veel foeragerende kokmeewen (in de peel zelf een grote kolonie broedende kokmeeuwen).

Inmiddels ben ik aangekomen op de Vaalbaan waar ome Wiel en tante Nel boerden op een erfpachtboerderij. Daar zag je nogal wat korhoenders lopen. Die kwamen vanuit de peel om voedsel te zoeken. Vanuit de Vaalbaan kom je uit op de Kokmeeuwenweg die grenst aan de Astense-Peel. Daar ligt in het peelgebied het Roerdompven dat omringd was met een brede rietkraag en daar hoorde je volop de roep van de roerdomp. Ook broedden daar de bruine kiekendief, kleine en grote karekiet, de snor, rietzanger, sprinkhaanrietzanger, rietgors en veel blauwborstjes. Later in het najaar als er weer graanmijten stonden bij mijn oom aan de Vaalbaan ben ik tegen de avond wel eens gaan kijken als de korhoenders met tien tallen tegelijk uit de peel kwamen gevlogen om te foerageren. Zij landden boven-op de graanmijten en deden zich te goed aan de graankorrels. Op een avond heb ik er eens 38 geteld.

Langzaam aan is daar verandering in opgetreden. Alles moest groter en meer. Dat zou goed zijn voor de economie volgens de economen. We zouden er allemaal beter van worden. Ja de mensheid, niet de natuur, dat was van minderbelang. 

Neem de Astense-Peel, eigendom van de Gemeente Asten als voorbeeld. In de periode 1950 t/m 1963 heeft de laatste ontginning van de woeste grond van het peelgebied plaatsgevonden. Tien tallen (16) erfpachtboerderijen zijn daar ontstaan voor de teeld van landbouwgewassen en veeteeld. Ook ome Janus en tante Tina zijn daar in 1963 gaan boeren aan de Ospelerweg in Asten-Heusden. Nu, 2019 bij het schrijven van mijn nieuwe boek is meer dan de helft van die boeren inmiddels geheel of gedeeltelijk gestopt met boeren en is de erfpachtgrond weer teruggegaan naar de natuur. Maar nu wel totaal uitgekleed zonde structuur en ernstig vervuild door een overdosis aan drijfmest, insecticiden en pesticiden. Woeste onaangetaste grond word dit nooit meer. Als ik nu 56 jaar later deze route (9km) nog eens volg in en oktober 2019 dan ben ik droevig en teleurgesteld over de vernieling die de mensheid heeft aangebracht in 50 jaar tijd. Als ik thuiskom zegt mijn vrouw: wat kijk je somber is er iets? Wat heb je gezien onderweg. Nou ja, reuze landbouwmachines op het land maar ook op de verharde weg (moest regematig van de weg af) en weilanden met luxe paarden. Schapen en koeien zijn bijna zeldzaam geworden en de grote graslanden zijn net enorme biljartlakens zonder enige vorm van leven. Voor akkerbouw gelt het zelfde. Grote percelen met maïs, aardappels, bieten en af en toe een veld met graan. Vogels heb ik nauwelijks gezien op wat ganzen en kraaien na en wat spreeuwen. In de meimaand hier en daar een paartje van de kievit en daar moest ik het mee doen. Van het nostalische paradijs van de jaren 60/70 was niets meer over. Daar word je vanzelf somber van.

Gelukig hebben wij tegenwoordig een computer waar je van alles kunt vinden op het gebied van vogels. Deze aangezet en ja hoor mijn eigen website: www.theovandemortel2.nl voor vogels. of www.theovandemorte3.nl voor vogels. of www.theovandemortel5.nl  voor dieren, amfibieën, insecten, paddestoelen en zwammen. en ik kan volop genieten van meer dan 6000 afbeeldingen  die ik in de loop der jaren allemaal zelf gefotografeerd heb. Nu ben ik de somberheid van daarnet snel vergeten. Wat een rijkdom. Maar ook andere mensen weten mij inmiddels hier te vinden. Gemiddeld heb ik per week ruim 5000 bezoekers op mijn website's. Ik zelf denk dat dit de toekomst is van menig vogelaar of natuurliefhebber om de meeste vogels, dieren of vlinders en insecten straks nog te kunnen bewonderen. Die zijn namelijk in ruim 50 jaar met 70/80 % afgenomen of reeds verdwenen. Dat is op dit moment al gaande. Veel van dit soort mensen sluiten zich aan bij een IVN, of vogelwerkgroep en komen een avond in de maand bij elkaar voor een voorlichtingsavond of filmvoorstelling/fotoreportage en gaan vodaan naar huis en zijn voor een maand afgekickt van de stress. En ze hebben de rest van de maand tegenover anderen verhalen over de natuur alsof zij het zelf beleefd hebben. Een aantal van deze mensen is van mening dat zij de beleidmakers voor de semi-overheid zijn voor advies hoe om te gaan om de natuur in stand te houden en om een aantal regels te bedenken hoe het verder moet. Weinig verstand van zaken maar ze schoppen! Heel veel echte natuurliefhebbers tegen de schenen zoals fotografen/filmers en mensen die vogels in gevangenschap houden als liefhebberij en jagers omdat deze de natuur zouden verstoren, maar dat doen zij zelf ook! Iedereen moet zelf verantwoord omgaan met de natuur, dat hoeft een ander niet te regelen. De natuur kun je niet regelen vanuit een bureaustoel en computer en zonder kennis van zaken ook al denkt de mensheid dat het wel kan. De natuur regeld zich zelf wel.

Neem als voorbeeld de vogels. Als er voldoede levendvoer, water, nest- schuilgelegenheid is en een paarje vogels is er van overtuigd dat zij hier hun jongen groot kunnen brengen zullen zij zich hier in de omgeving vestigen.

© All rights reserved: Ornitholoog/Natuurfotograaf en Auteur.

Theo van de Mortel