De verandering van het boerenerf.

5. okt, 2020

Ook het boerenerf heeft een verandering ondergaan sinds 1970.

Oude gebouwen moesten wijken voor moderne stallen en schuren voor varkens, kippen, koeien en jongvee. Dit waren juist de stallen waar de boerenzwaluwen en huismussen hun nesten bouwden en er was in de omgeving volop levend voer aanwezig voor het grootbrengen van hun jongen. Vogels gaan zich huisvesten op plekken waar voldoende voer, nest en schuilgelegenheid is dat is de basis garantie dat zij hun kroost groot krijgen.

Het is heel jammer dat in de landbouw moet worden gestreefd naar uniforme methoden van bodem en gewasbehandeling en dat bemestingsadviezen, herontgining, egalisatie en waterbeheersing meer en meer overal gelijke milieufactoren scheppen, waardoor de rijkdom aan ontkruiden verloren gaat en tenslotte door toepassing van herbiciden de genadeslag van de totale verdwijning krijgt. Merkwaardig. Want veel wilde bloemen, die alleen in akkers kunnen leven, zijn voor de groei van een gewas beslist niet schadelijk. Onkruidloze akkers geven ook lagere opbrengsten. (leg dat maar eens uit aan de boer). Amerikaanse onderzoekingen (1970) toonde aan dat in tarweakkers de hoogste opbrengsten werden verkregen op percelen waarvan de bodem voor ca 12% met ontkruiden was bedekt. Dat is wel verklaarbaar: zo'n akker heeft immers nog enige overeenkomst met een natuurlijk milieu, wat voordelen geeft door een gunstig microklimaat en een grotere weerstand tegen plagen. Meer insecten, meer vogels maar daar wil de moderne opgeleide boer niets van weten als het maar kaal en opgeruimd is dan maar grijpen naar de gifspuit.

Tijdens de ruiverkaveling werd nodig gevonden om slecht verharde zogenaamde landbouwegen te asfalteren. Want de eenvoudige onverharde landwegetjes door akkers, weiden en hooilanden, vroeger niet meer dan grazige karrensporen of hardgetreden akkerpaaikes, hebben ook nu nog een grote landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarde. Op veel plaatsen zijn deze wegjes nog overweldigend rijk begroeid met houtsoorten en vele tientallen soorten kostbare bermplanten. De wegjes zijn kleinschalig; elke volgende meter is anders en zijn altijd rijker aan soorten. Herverkaveling en ontwaterde landbouwgebieden maar ook moderne woonwijken en industrieterreinen voldoen aan levensvoorwaarden voor maar weinig soorten. Verlies aan grote en kleine zoogdieren, ontelbare insecten, nachtdieren, padden en kikkers. Harde wegen zijn lelijk en ook de vlakke bermen ernaast langs nieuwe wegen werden dikwijls als soort vergoeding voor wat verloren ging beplanting aangebracht die niet in het landschap passen. De harmonie wordt verstoord. Bovendien zijn veel inheemse eenjarige planten gebonden aan losgewoelde bodums; ze kunnen op de vaste bodums van wegen gewoon niet groeien, al komen ze soms wel tijdelijk voor op plaatsen in wegen waar de grond incidenteel werd losgewerkt (bijvoorbeeld voor het leggen van buizen of kabels). Veel van deze eenjarige zijn ook een voedselbron voor vlinders, insecten, muizen en vogels. Maar worden door de omliggende grond eigenaren vroeg tijdig gemaaid. Nooit tevoren hadden wijzigingen zo snel en zo algemeen plaats gevonden als de laatste veertig jaar en nooit eerder waren die zo ingrijpend. Door het verharden van agrarische wegjes en het verdwijnen ervan door nieuwe kavelindeling raken we nu de laatste zeer belanrijke milieutypen kwijt. Ook door het tamelijk plotseling veranderen van het gebruik van de overgebleven wegjes (trekkers, luchtbanden) en door verandering in de milieus ernaast, is verarming in de hand gewerkt en is het optreden van ordinaire storingsgemeenschappen bevorderd. De kleine milieuverschillen die de elke week veranderde bloembonte stoffering van de wegkanten bepaalden, zijn vrijwel overal vervaagd. De wegkanten werden in het voorjaar afgebrand op veel plaatsen zien we langs de wegjes huis - bouwafval en plastiek kunstmestzakken liggen, waaromheen zich brandnetels ontwikkelen. En zo zag ik ziederogen in 50 jaar het agrarische buiten gebied van de dorpen veranderen en aftakkelen tot niets zegende saaie stille bijna uitgestorven gebieden jammer!.

© All rights reserved: Ornitholoog/Natuurfotograaf en Auteur.

Theo van de Mortel.