Boerenlandvogels over de laatste 60 jaar.

6. okt, 2020

Boerenlandvogels over de laatste 60 jaar.

Gemiddeld genomen zijn 30 boerenlandvogels sinds 1960 met 75% teruggelopen. De vogels zijn vooral aangewezen op grasland en akkers. De kwaliteit van deze gebieden loopt al jaren terug, vogels en dieren zijn kwetsbaar voor roofdieren en hebben moeite om in intensieve landbouwgebieden voldoende dekking en insecten, wormpjes en onkruidzaden te vinden. En veel broedpogingen mislukten echter door lanbouwwerzaamheden, zoals vroeg maaien van gras voor veevoer. Maar ook het veeltevroeg maaien van slootkanten en wegbermen. Ook het verwijderen van braam en wilgenstruiken langs sloot en wegkanten is het wegnemen van de dekking en nestgelegenheid voor veel vogels. En dan komt de boer nog eens met de gifspuit om de insecten en wormjes te doden, weg voer voor veel vogels maar ook het onkruid moet worden doodgespoten. (weg onkruidzaad).

Boerenzwaluw: is sterk achteruit gegaan, oorzaak schaalvergroting en intensivering van de landbouw minder voedsel en nestgelegenheid.

Braamsluiper: Is sinds 1979 sterk afgenomen met wel 60% oorzaak het verdwijnen van landweggetjes met braamstruiken en brandnetels.

Fazant: Sinds 1980 in totaal afgenomen als gevolg verslechtering van het leefmilieu en schaalvergroting in de  landbouw.

Geelgors: Sinds 1975 een afnamen van 80% oorzaak het verdwijnen van kleischalige lanschapselementen als heggen, houtwallen en extensief beweide graslanden.

Gele kwikstaart: Is sinds de jaren zestig met 60% sfgenomen vooral op grasland, de meeste broeden in hooiland maar vooral akkers.

Grauwe Klauwier: In 2002 waren er nog 50 broedt paren in Nederland, nu 2019 circa 500, zijn broedt gebied zijn hoogvennen en kleinschalige oude akkers- en weide landschappen met voldoende meidoorn en braamstruiken (begraasweiden).

Grutto: Met de grutto gaat het steeds slechter oorzaak is de intensieve melkveehouderij bloemen en kruiden hebben plaatsgemaakt voor snelgroeiend gras met veel te weinig insecten voor de jongen en het gras word al gemaaid voor de kuikens kunnen vliegen. Dus het wordt gehakt.

Grote Lijster: Sinds 1995 een afname van 60% oorzaak verlies van voedselgebieden door vervanging van maïs.

Huismus: Begin jaren 80 begon de afname. Dit heeft geresulteerd in een afname van meer dan 50% oorzaak minder onkruid- en insectenrijke vegetatie dus voedsel problemen en verstening van tuinen, vermindering van graanteelt en verdwijning van stoppelvelden en gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Kemphaan: Is vanaf 1950 met 99% afgenomen oorzaak dit komt door de ontwatering, overbemesting, vroeg maaien en eenvormige grasmat en voedsel tekort.

Kievit: Heeft vooral te lijden van de intesivering van de landbouw. Vaak en vroeg maaien, lage waterpeilen, toenemende eenvormigheid van de graslanden en toename predatie.

Kneu: Vanaf 1975 een afname van 75 % vooral in het agrarische cultuur landschap gebrek aan voedsel, nestgelegenheid, dichte hagen, door het verdwijnen van overhoekjes, stoppelvelden, kruiden rijke bermen en akkerranden.

Koekoek: De afname van de koekoek heeft zeker te maken met de afname van diverse waadvogelsoorten als graspieper, gele en witte kwikstaart en gebrek aan voedsel, met name rupsen en veel vlindersoorten.

Korhoen: Is  bijna uitgestorven in Nederland. Hoe is het mogelijk dat in 50 jaar tijd van talrijk de stand 1976 nog 450 hanen en in 1982 minder dan 100 en in 1996 alleen op sallandseheuvelrug nog 7 exp. Nu in 2020 zijn er nog 7 hanen en 13 hennen over. (na bij plaatsing uit Zweden.

Kwartel: Door het afnemen van graanakkers met lagegewasen en onkruiden en braak liggende grond is de kwartel sinds 1970 sterk achteruitgegaan.

Kwartelkoning: In de jaren 60 nog 1000 broedparen nu in 2019 nog slechts 130 broedparen over.

Kuifleeuwerik: Is van een vrij algemene broedvogel in 1960 verdwenen uit Nederland. Oorzaak voedsel tekort en het verdwijnen van braak liggende overhoekjes.

Nachtegaal: Is vanaf 1980 sterk afgenomen met 85% oorzaak ontwatering en verdijnen van broekbos met onderbegroeien van brandnetels en voedsel tekort.

Ortolaan: In 1975 waren er nog 125 broed paren en in 1990 nog 32 paren en sinds 1998 hooguit nog 2 ortolanen in Nederland. Oorzaak het verdwijnen van heggen en houtwallen en van zomergranen als rogge, haver. Het verdwijnen van onbewerkte akkers, akkerranden en het gebruik van bestrijdingsmiddelen is de ortolaan te veel geweest.

Patrijs: Het aantal patrijzen is de laatste 30 jaar met 95% afgenomen. Tot 1975 was de patrijs een vrij gewone vogel  van het boerenland. Sindsdien sterk afgenomen net als andere vogels van het boerenland lijdt de soort onder de voordurende vergaande intensivering van de landbouw. Oorzaak de teloorgang van de patrijs is de grootschalige verandering van het boerenland het toepassen van insecticiden en het verdwijnen van akkeronkruiden, overhoekjes en ruige bermen en vooral een gebrek aan dierlijk voedsel voor de jongen.

Ransuil: Is sinds de jaren 70 drastische achteruitgegaan, vooral in gebieden met intensieve landbouw. Sinds 1990 achteruitgang met meer dan 5% per jaar.

Ringmus: Sinds 1990 is de stand van de ringmus met 60% afgenomen. Oorzaak de intensivering van de landbouw, het vervangen van graanteelt door maïscultuur, opruimen van heggen en houtwallen en grootschalig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen zorgen voor een platteland dat steeds minder geschikt is voor veel vogels en dieren, waaronder de ringmus, voedsel tekort en afnemende nestgelegenheid.

Torenvalk: Het gaat niet goed met de torenvalk in Nederland. Oorzaak afname de intensivering van het agrarische gebruik van grasland omdat daar minder veld en woel muizen in voorkomen.

Tureluur: Ook het aantal tureluurs is sterk achteruit gegaan zeker in Brabant en Limburg. Afname door intensivering van de landbouw toename droge en kruide arme, structureel homogene graslanden, vroeg maaien en lage waterpeilen zijn hievan de oorzaak.

Veldleeuwerik: Helaas gaat het sinds 1960 zeer slecht met de veldleeuwerik deze nam met 95% af Daarmee is deze soort een van de grootste slachtoffers van de intensieve landbouw. In 1975 werd het aantal broedt paren geschat op 500.000 nu in 2020 zijn er nog 35.000 broed paren.

Watersnip: Ten opzichte van de jaren 60 van de vorige eeuw met 75% afgenomen. Oorzaak onder verdroging en ontginning van broedgebieden is de watersnip in het boerenland zeldzaamgeworden.

Wielewaal: De afname van de wielewaal in het agrarische landschap heeft gedeeltelijk te maken met verlijs aan broedbiotoop (hoogstamboomgaarden en houtwallen) verliezen in droog eiken-berken en gemengd bos. Verder achteruitgang van de insecten en de rupsenstand (voedsel tekort).

Wulp: Ook met de wulp gaat het niet goed in Nederland. Neemt af door verdwijnen van heide en hoogveen en intensivering van de landbouw.

Zomertortel: Sinds halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw is de zomertortel met 90% afgenomen. Oorzaak door het verdwijnen van zomergraan en kruiden vegetatie in het agrarische cultuurland en bij gebrek aan steeds minder nestgelegenheid en voedsetekort.

Zwarte stern: Is vooral in Brabant en Limburg sterk afgenomen door voedseltekort en nestgelegenheid.

Het teruglopen van de boerenlandvogels. De vogels zijn vooral aangewezen op grasland en akkers. De kwaliteid van deze gebieden loopt al jaren terug, vogels en dieren zijn kwetsbaar voor roofdieren en hebben moeite om in intensieve landbouwgebieden vodoende dekking en insecten, wormpjes en onkruidzaden te vinden. En veel broedpogingen misluken echter door landbouwwerkzaamheden, zoals vroeg maaien van het gras voor veevoer. Maar ook het veeltevroeg maaien van slootkanten en wegbermen. Ook het verwijderen van braam en wilgenstruiken langs sloot en wegkanten is het wegnemen van de dekking en nestgelegenheid voor veel vogels. En dan komt de boer nog eens met de gifspuit om de insecten en wormpjes te doden, weg voer voor veel vogels maar ook het onkruid moet worden doodgespoten. (weg onkruidzaad). Bronvermelding: Sovon.

Een aantal diersoorten is de laatste decennia enorm achteruitgegaan. Zoals de Haas maar ook Bunzing, Hermelijn, Wezel en veld,woel en dwergmuis. Maar ook insecten en dag vlinders zijn in het agrarisch gebied en in de natuurgebieden met 70% afgenomen. Afgenomen als gevolg van verslectering van het leefmileu en schaal vergroting in de landbouw het verdwijnen van kleinschalige landschapselementen zo als heggen, houtwallen en braamstruiken.

© All rights reserved: Ornitholoog / Natuurfotograaf en Auteur.

Theo van de Mortel.