25. okt, 2020

Tekst

 

Na 5 jaar grondig onderzoek als ornitholoog ben ik inmiddels zover dat ik mijn verhaal met anderen kan delen. Ik begin in januari met als voorbeeld de pimpelmees. Dit is van oorsprong een bosvogel die zijn voedsel doorgaans hoog in de boomtoppen zoekt. Nu is de pimpelmees een vrij algemeen voorkomende vogel in dorpen, steden, parken en bossen. Het zijn slimme intelligente, behendige vogels die graag afkomen op het in de tuin opgehangen voedsel. En daar zeker in de winterperiode massaal gebruik van maken.

Foto: Pimpelmees (Parus caeruleus) vrouw op nest met 15 eieren. voor meer foto's ga naar . www.theovandemortel2.nl

Bij mooi zacht weer in januari beginnen bij de meeste vogels de hormonen te werken. Dit is dan ook het moment van de eerste zang van veel soorten vogels. Zo ook bij het mannetje van de pimpelmees. De zang bij vogels is bedoeld om het territorium te verdedigen tegen indrigers en om het vrouwtje het hof te maken. Dan wordt de nestplaats gekozen. Dit is in het geval van de pimpelmees een bestaande holte of een nestkast. Ook hakt een pimpelmees zelf een hol in een zachte berkenstam of stronk. Dan in het begin van de lente, eind maart vindt de nestbouw plaats wat meestal gebeurt door het vrouwtje. Dat begint meestal met het aandragen van een flinke hoeveelheid mos. Na een week begind het vrouwtje met de voering van het nest in de vorm van haren en veertjes. De meeste mezen gebruiken het liefst de zachte onderbuikharen van het wilde konijn. Die worden dan ook in een dikke laag aangebracht. Dat is ook wel verklaarbaar, mezen leggen meestal veel eieren, 10 tot 15 stuks per legsel (veel insecten- eiwitten= grote legsels). Dit zou buiten in een open nest in een boom of struik zoals veel vogels broeden nooit een kans van slagen hebben. Een broedende vogel kan deze hoeveelheid eieren nooit warm houden tijdens het broeden. Maar bij holen broeders ligt dit net wat anders. In een holte of nestkast blijft de temperatuur beter beheersbaar dan in een open nest. Bovendien in een dik pak mos gevoerd met donshaar en zo worden de eieren van boven warm gehouden door de vogel zelf en kan de hoeveelheid eieren minder snel afkoelen (het is net een kleine broedmachine  zie foto van de pimpelmees). Als het vrouwtje het nest velaat worden de eieren met een laag donsharen afgedekt en koelen de eieren minder snel af. Dit gebeurt al bij het leggen van het 1e ei. Dit is in geval van de pimpelmees in de eerste week van april. Het bebroeden van de eieren gebeurt bij het leggen van de laatste eieren als het legsel voltallig is, zodat de jongen gelijktijdig worden geboren. De  eieren worden alleen door het vrouwtje uitgebroed wel wordt het vrouwtje door het mannetje meermalen per dag op het nest gevoerd. Na 12 dagen broeden, worden de jongen geboren. Zij worden de eerste 5 dagen door het vrouwtje gevoerd en daarna afwisselend door bijde ouders. Vooral de groene eiken spanrupsjes worden massaal aan hun jongen gevoerd. Dit is meestal ook het moment van de uitkomst van de eitjes van deze rups maar ook de eiken proccierups komt dan massaal voor en ook die worden dan volop aan de jonge vogels gevoerd. Op dat moment hebben beide ouders daar een dagtaak aan. Als de morgen aanbreekt moeten de jongen worden gevoederd totdat ze verzadicht zijn en ophouden met bedelen. Dan hebben beide ouders even tijd om aan zichzelf te denken en nemen meestal een bad en poetsen daarna het verenkleed. Dit is ook wel nodig. Een vogel in de natuur is zeer kwetsbaar ze moeten continu waakzaam zijn. Overal schuilt gevaar ze moeten in conditie blijven en de jongen voorzien van het nodige voedsel (veel eiwitten) want die moeten in amper 3 weken tijd groeien tot vogeltjes die kunnen vliegen. Dan, op het moment dat de jongen de nestholte of neskast verlaten zijn het net zulke accrobaten als hun ouders. Dit moet ook wel want overal schuilt gevaar voor eigen leven. En na nog eens 2 weken zijn ze zelfstandig maar ze blijven nog wel in groepsverband samen. Dit is het moment dat ze alles zelf moeten leren om te overleven in de natuur. Jonge, pas uitgevlogen vogels moeten zelf voedsel zien te vinden en een plek vinden om te drinken en een bad te nemen en dat op een vaste veilige plek want overal schuilt gevaar. Opvallend is dat jonge vogels vaker een bad nemen dan oudere vogels. Als dan in juli de dagen gaan korten beginnen de meeste vogels aan het wisselen van het verenpak. Dit moet ook wel want als de herfst en winter nadert en het kouder word moet het verenpak er keurig strak uitzien om de winter goed door te komen en te overleven. In de maand oktober zijn de meeste vogels door de ruiperiode, zo ook de pimpelmezen. Nu bestaat de dagtaak uit waakzaam zijn op belagers, zoeken naar voedsel. het orderen van het verenpak en in een goede conditie blijven. Want zieke of verzwakte, gewonde vogels en dieren in de natuur zijn ten dode opgeschreven. Op zoek naar voedsel zoeken veel mezen de menselijke omgeving op waar wordt bijgevoerd in de vorm van vetbollen, pinda's, zonnebloempitten en strooivoer. Ook andere vogels ontdekken deze voerplaatsen en maken daar graag gebruik van. Ook trekvogels die andere jaren hier gebruik van maakten komen zeker terug als zij het jaar hebben overleefd. Begin oktober als de nachten langer en kouder worden moeten de vogels ook zorgen dat zij die periode goed doorkomen. Ze moeten aanvetten om de koude te overleven. Veel insectenetende vogels eten dan meer zaden met een hoog vetgehalten leven vaak in groepsverband bij speciaal ingezaaide voederakkers met voldoende onkruiden. Dit is veiliger en kost minder energie. Want overleven in de natuur is voor veel vogelsoorten niet zo makkelijk als wij mensen denken. Overal schuilt gevaar.

Het grootste gevaar vormt de mensheid. Die bedenkt steeds nieuwe ideeën van uit een bureaustoel en computerscherm hoe het met milieu, landbouw en natuur moet, maar houdt weinig rekening met de vogels, dieren en insecten. Denkt alleen maar aan de economie en aan zichzelf om nog meer macht en geld, nog meer rijkdom te vergaren om er zelf beter van te worden en dit allemaal ten koste van de natuur. Vogels hebben daar geen zeggenschap over, kunnen niet mee beslissen en hebben ook niks te kiezen. Ze kunnen dan ook geen bezwaar maken. Wel zijn ze in de natuur afhankelijk van het weer. De laatste 50 jaar wordt de vogels, dieren en insecten veel ontnomen. Veel leefgebied, habitat, nestgelegenheid en voedsel. Vogels en dieren kunnen als er geen eten is niet naar de afhaalchinees of frietkraam. Zij zijn afhankelijk van wat de natuur hen te bieden heeft. Dit is dan ook te merken aan de achteruigang van veel vogels. Dieren- insecten- en vlinderstand is de afgelopen 50 jaar met gemiddeld 70% afgenomen.

Terug naar de vogels. Er zijn ook dingen waar vogels, dieren en insecten nooit last van hebben. Bijvoorbeeld een geldkwestie of geloof. Wel hebben zij last van de regelgeving zij moeten zich volgens de regels in bepaalde natuurgebieden huisvesten die de mensen voor hen heeft bedacht. Ruzie onderling komt ook wel voor maar wordt meestal meteen opgelost. Mensen hebben vaak weinig geduld dat ligt bij vogels vaak iets anders. Zij kunnen enorm geduldig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het nemen van een bad. Zij komen aanvliegen, nemen een zitplaats in, houden de omgeving in de gaten, vliegen bij wantrouwen weer weg en keren na enkele minuten weer terug om vervolgens plaats te nemen aan de rand van het water, houden de omgeving scherp in het vizier en als alles veilig is dan pas nemen ze een bad. Dit is ook wel logisch, want een natte vogel is kwetsbaar ale er plotseling een sperwer te voorschijn komt. Als dan de vogels de winter periode goed en gezond hebben overleefd is de kans groot dat zij zich in het voorjaar weer kunnen voortplanten. Want daar gaat het uiteindelijk om.

© All rights reserved: Ornitholoog / Natuurfotograaf en Auteur.

Theo van de Mortel.