Het einde van de Korhoenders in de Groote Peel.

17. nov, 2020

 

Het Korhoen (Lyrus tetrix) is een vogel uit de familie der ruigpoothoenders (Tetraoninae) .

Voor meer foto's van het korhoen zie:  www.theovandemortel2.nl   map Hoenders.

Het korhoen was vroeger in de jaren 60 van de vorige eeuw in Nederland vrij algemeen voorkomend. Het is een middelgrote ruigpoothoender. Het korhoen is duidelijk seksueel dimorf wat inhoudt dat de hanen en hennen een verschillend uiterlijk hebben. De haan is zwart gekleurd met een kever blauwe gloed en een witte vleugelstreep, ondervleugels en onderstaartdekveren. Hij heeft een karakteristieke staart in de vorm van een lier, die tijdens de balts wordt opgezet en gespreid. In de vlucht is de staart samengevouwen. De haan heeft daarnaast een rode wenkbrauw. De hen is bijna volledig grijsbruin met kleine, zwarte banderingen. De staart is niet liervormig. Het vrouwtje heeft een witte streep op de bovenvleugel, maar deze is smaller dan die van de haan.

Gedrag.

Korhoenders zijn in Nederland en België standvogels, maar in Scandinavië maken groepen vaak omzwervingen van honderden kilometers op zoek naar voedsel.

Balts.

Het korhoen baltst op gemeenschappelijke baltsplaatsen. Het baltsen van de korhoender wordt bolderen genoemd. De piek van de bolderactiviteit licht tussen eind april en begin mei. Tijdens de piek bezoeken de vrouwtjes de mannetjes om te paren. De balts speelt zich af in de vroege ochtenduren vlak na zonsopkomst.

Voedsel.

 In de winter en lente eten korhoeders voornamelijk berkenkatjes, scheuten, naalden en zaden van naaldbomen en heide. In de zomer en herfst, onkruidzaden, granen en bessen, met name rode en blauwe bosbes en kleine veenbes. De kuikens voeden zich in de eerste twee weken met ongewervelde insecten. Een belanrijk deel bestaat uit rupsen (vooral spanners) en larven van vliesvleugeligen.

Voortplanting.

Het nest is een ondiep gegraven kuil gevoerd met plantaardig materiaal en veren. Het bevindt zich meestal binnen 1 km afstand van de bolderplaats. Het legsel bestaat uit acht á tien eieren die alleen door het vrouwtje in 24 dagen worden uitgebroed.

Biotoop.

In West- en Centraal-Europa komt de soort voor in open gebieden om te baltsen in boomopslag om te roesten en 's winters in te foerageren (berkenkatjes). Dit kunnen extensieve graslanden, hoogvenen of braakliggende terreinen zijn.

Status in Nederland en België.

Volgens SOVON Vogelonderzoek waren er in 1975 meer dan 400 broedparen aanwezig in Nederland. In de periode 1976-2007 ging het aantal hard achteruit, er broedden in 2007 nog maar 15-25 paar in Nederland. In de jaren 80 verdween het korhoen uit Drenthe, de Veluwe en het Gooi. En in de jaren 90 verdwenen de laatste exemplaren uit Noord-Brabant en Limburg (De Groote Peel). In België kwam het korhoen voor op heidevelden van de Ardennen en de Kempen. De soort verdween al grotendeels in Wallonië in de jaren 60. En in de jaren 90 in de laatste gebieden van de Ardennen. En in 1999 was het ook gedaan in Nationaal Park Hoge Kempen. Momenteel leeft er in België nog een kleine populatie op het Plateau van de Hoge Venen. In Nederland werden in het voorjaar van 2013 nog elf korhoeders gevonden in het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug. En in april werden daar 25 korhoeders uigezet. Die waren afkomstig uit zweden, waar ze gevangen werden. Het betrof hier dus wilde vogels. Het jaar daarna werden er genoeg kuikens geboren, maar geen enkel werd ouder dan een paar dagen. De kuikens leven de eerste weken van levende insecten. Die insecten waren er simpelweg niet meer genoeg zodat er te weinig kuikens overleefden. Het korhoen bevond zich in een kritieke fase en ook van de laatste nog aanwezige exemplaren werd verwacht dat ze het niet zouden overleven. Nu  bij het schrijven van deze blog zijn er in na bijplaatsig uit Zweden in Nederland nog 7 hanen en 13 hennen aanwezig op de sallandse Heuvelrug.

Het verdwenen korhoen van De Groote Peel.

In de jaren 60 van de vorige eeuw was het reservaat samengesteld uit eenLimburgs deel, genaamd (Ospelse Peel en een Noord-Babants deel, Astense Peel geheten. In het natuurreservaat, 1400 ha. groot, kwan het korhoen het gehele jaar als standvogel voor. Het peelgebied is een afgegraven hoogveengebied met heidevelden, waarin opslag van berken en vliegdennen. De oude uitgegraven veenputten vormden in natte jaren grote plassen en vennen. De korhoeders verbleven meestal op wat hoger en rustig gelegen delen, welke begroeid waren met struikheide, berken en vliegdennen. Dergelijke hoger gelegen delen lagen verspreid over praktisch het gehele reservaat en bestonden uit zandopduikingen. Reeds op afstand konden deze hogere en droge plekken in het tertein worden ondersheiden door de vegetatie, in het bijzonder door heidebegroeiing. In de zomer werden korhoenders zelden buiten het peelgebied waargenomen, dus toen was er nog voedsel genoeg in het reservaat zelf. In het najaar en winter echter was het korhoen voor zijn voedsel gedeeltelijk mede aangewezen op de landbouwlanden rondom het reservaat. Uit waarnemingen is namelijk gebleken dat korhoeders in het winterseizoen veelal foerageerden op landbouwgronden bestaande uit stoppelvelden waar ze naar afgevallen granen en onkruidzaden zochten. In het vroege voorjaar werden sommige weilanden welke als enclaves in het reservaat zelf lagen of zich aan de rand daarvan bevonden, als voedsel- en bolderplaatssen gebruikt. De baltsplaatsen op de wat hoger gelegen terreinen moesten kennelijk aan drie voorwaarden voldoen en wel: de vegetatie moest laag zijn of in het geheel ontbreken, de korhoenders moesten ruim uitzicht hebben en er moest voldoende rust op de bolderplaatsen en omgeving heersen.

IK heb in de jaren 70 meerdere jaren het baltsen van de hanen op de bolderplaatsen mogen beleven. Bij dergelijke gevechten tussen de mannetjes onderling (6 tot 8 stuks) vlogen de veren letterlijk in het rond. Ook in die jaren vond ik wel nesten met eieren en een keer stond ik oog in oog met een korhoenhen met kuikens van enkele dagen oud. Een belevenis op zich. Voor 1965 werden in het winterhalfjaar overal verspreid aan de randen van het reservaad groepjes foeragerende korhoenders gezien. In de periode 1958-1970 waren er naar schatting nog 55 korhoenders in het reservaat aanwezig, waarvan 35 hannen en 20 hennen. (S.B.B.) Vanaf de jaren 70 ging de stand van het korhoen in het peelgebied snel achteruit. Ook in andere natuurgebieden in de naaste omgeving zoals op de Gastelse-Heide bij Soerendonk, de Stabrechtse-Heide, Heugter-Heide, de Deurnese-Peel en het zinkske bij de Neerkant ging de stand snel achteruit. Om meer gunstige biotopen te scheppen werd in de jaren 70 een begin gemaakt met het afbranden en afmaaien van heide en peelbanen. Op plaatsen waar het korhoen zich gaarne ophoud werden 10 kleine wildakkers van enkele aren aangelegd. Waarop hooftzakelijk boekweit werd verbouwd granen gestrooid en bijgevoerd.

Waarschuinlijke oorzaak.

De inzet van de ruiverkaveling 1950. De verandering door de ruiverkaveling heef grote gevolgen gehad voor flora en fauna. Recent werd duidelijk dat de intensiteit van het graslandgebruik een negatief effect op de biodiversieteit in de boden heeft. Een aantal weidevogelsoorten is de laatste decennia enorm achteruitgegaan en die achteruitgang is nog niet getopt. Ook dagvlinders en insecten gaan in gras- en bouwland achteruit, niet alleen in het agrarisch gebied maar ook in natuurgebieden. Een belangrijke verandering bij bouwland betreft de gewaskeuze. Rond 1960 namen vooral rogge, tarwe, haver en gerst een groot areaal in beslag; daarna nam het areaal geleidelijk af ten gunste van snijmaïs en aardappels. Veel akkeronkruiden zijn door deze verandering, en als gevolg van intensievere landbouw en bemesting inmiddels zeldzaam geworden. Ook veel vogelsoorten die op akkers en akkeranden broeden zijn achteruitgegaan.

Het korhoen is in Nederland verdwenen door menselijk handelen. Intensief gebruik van bouw- en grasland, bestrijdingsmiddelen, mechanisering en schaalvergroting van de landbouw zijn enkele van de oorzaak van de achteruitgang van de vogelstand in Nederland (met70%). Zo ook de bijna uitgestorven stand van de korhoenders (in 50 jaar). En dat gaat, als het zo doorgaat ook gebeuren bij onze 3 andere hoenderachtigen als fazant, patrijs en kwartel.

© All rights reserved: Ornitholoog/Auteur 

Theo van de Mortel.