Blog

20. nov, 2020

 

Ik ben geboren en opgegroeid in Heusden bij Asten aan de rand van de Groote Peel. Het was een kleinschalig boerendorp. Met voldoende natuur en een rijkdom aan vogels, dieren, insecten en vlinders. Al van jongsaf aan heeft de natuur, met al wat daar in leeft, mij bijzonder geboeid. Ik was ongeveer een jaar of 17 toen ik mijn eerste verrekijker en boekje over vogels kocht. Daarmee ging ik de natuur in om vogels te observeren (1963). Zo ontdekte ik de bijzondere dingen in de natuur. Gaandeweg leerde ik alles over vogels. Erguns rond 1969 maakte ik een  aantal nestkasten die ik met toestemming mocht plaatsen op landgoed De Pan in Maarheeze. Tijdens het broedseizoen controleerde ik deze regelmatig en noteerde alles op nestkaarten. Op een dag ontmoette ik Theodoor Lammers uit Maarheeze, die in dat zelfde gebied vogels ringde voor het vogeltrekstation. Hij vroeg mij of ik een keer met hem mee wilde gaan om vogels te vangen en te ringen. Ik zij meteen ja dat wil ik wel, en vanaf dat moment hebben vogels nog meer indruk op me gemaakt. Ik heb van Theodoor veel  kennis opgedaan. We waren er altijd samen op uit om vogels te vangen en te ringen. Zowel nestjongen van roofvogels als pullen van kievit, gruto, wulp, of zwarte sterns. In de zomer en herfst vingen wij met invliegnetten veel zangvogels op onze vaste vang plaatsen in het Goor bij Soerendonk en De Banen in Nederweert-Eind. Wij ringden ook de nestjongen van de Blauwe reigers bij het Blanke water tegenover De Banen. Ook in de kokmeeuwenkolonie van de Malpie vennen ringden wij een aantal jaren de jonge Kokmeeuwen. In 1973 vingen wij bij Soerendonk in het weidegebied dat begraasd werd door IJslandse pony's een Rode Wouw die wij natuurlijk ringden. (dit was de derde die ooit in Nederland is geringd). In 1976 was het weer raak maar nu op de Gastelse-Heide bij Soerendonk, een uiterst zeldzame dwaalgast in Nederland. Een steppenarend! Wat een prachtige vogel is dat. Het kostte ons drie weken tijd om hem te vangen, maar ook dat is ons gelukt. Ook deze vogel werd door ons geringd. Dit is de enige Steppenarend die ooit in Nederland is geringd en dat heeft toch wel veel indruk op mij gemaakt. Elfjaar ben ik de trouwe aspirandringer van Theodoor geweest. Tot het nootlot in juni 1982 toesloeg. Op dinsdagavond ringden wij in het Weerterbos samen nog een nest jonge haviken en vrijdags belde zijn dochter op dat vader was overleden aan een hartstilstand. Deze klap kwam bij mij hard aan. Theodoor, de man waarmee ik zoveel mooie uren en belevenissen heb doorgebracht is er plotseling niet meer. Betekent dit het einde van het vogelringen? Dat komt later wel. Eerst nog afscheid nemen van Theodoor, ook daar heb ik het zeer moeilijk mee gehad. Wie gaat er verder met het ringwerk? Ik heb dan ook in 1983 de vergunning om het ringwerk voort te zetten aangevraagd en die ook gekregen.

Nu komt natuurlijk de vraag: waarom worden vogels geringd? Is dat wel nodig en heeft dit wel zin?

Natuurlijk heeft het zin om vogels te merken doormiddel van een ring met een nummer of kleurring. Als dit niet gebeurd kunnen we niet weten hoe oud een vogel wordt. Ook weten we niet waar vogels naartoe trekken, welke trek routes zij volgen, de specifieke overwinteringgebieden, het trekgedrag tussen mannetjes en wijfjes enz. Een geringde vogel wordt pas interessant als hij wordt teruggemeld.

Voorbeeld.

Zonder merkteken weet je nooit of de vogel die bij jou in de tuin broedt of in de winter bij de voerplaats komt, dezelfde vogel is die je vorig jaar ook zag. Met het ringen zijn we ook te weten gekomen dat het niet ongewoon is dat sommige vogels 10 tot 20 jaar oud worden. Sommigen worden zelfs 30 jaar of ouder.

Terugmeldingen kunnen een beeld geven van de ligging van de broedgebieden en de winterkwartieren. Ook hebben we geleerd dat sommige soorten een andere route kiezen om terug te keren dan wanneer ze weg trekken. Neem bijvoorbeeld de Grote Sterns. Zij trekken elk jaar vanuit Europa naar Zuid Afrika en weer terug. Per jaar is dit meer dan 20.000 km. Dit hadden we nooit kunnen weten als zij niet geringd waren.

Het ringen van vogels in Nederland gebeurt al van af 1911 en is een onderdeel van de Nederlandse ringcentrale het vogeltrekstation. Er zijn ongeveer 350 ringers die in het bezit zijn van een geldige ringvergunning en op deze manier vogels mogen voorzien van een ring. Door deze ringers zijn bijvoorbeeld in 2008  2273.424 vogels geringd. 55.929 pulli, 217.695 volgroeide. In 2008 werden in totaal 77.962 vogels teruggemeld in Nederland.

In totaal zijn er in Nederland vanaf 1911 t/m 2008 20089.860 vogels geringd. En vanaf 1911 t/m 2008 ruim 1.243.000 teruggemeld.

Door het ringen weten we bijvoorbeeld dat de Slechtvalk, die vanaf 1992 broedt op de Claus Centrale, afkomstig is van een opfokprogramma in Duitsland. Geringd op 30 mei 1988 als vrouw te Bambergen, Oberfranken. Een ander voorbeeld is het mannetje van Harculo/Zwolle. Die is geringd op 19 mei 1995 als nest jong in varberg Zweden. Dat is 650 km van de geboorte plaats.

Natuurlijk heb je ook vogels die nauwelijks van de geboorte plaats afwijken. Bijvoorbeeld een door mij geringde Havik op 31 mei 1988, 5 pulli in nest, Hoogbos te Weert. Deze werd dood gevonden op 12 november 2003 op 1 km van de geboorteplaats 15 jaar oud.

Buizerd, geringd Weerterbos op 7 juni 1987, 3 pulli in nest. Dood gevonden op 7 april 2001. Leeftijd 14 jaar. Afstand 58 km.

Buizerd, geringd op 25 mei 1971 3 pulli in nest Hugten/Maarheeze. Verzwakt binnen gebracht in het vogelasiel te Maasbree. Deze was gevonden in Swalmen op 24 november 1999. Leeftijd 28 jaar. Afstand 34 km. ( dit is de outst teruggemelde buizerd).

Bosuil, geringd op 4 april 1988, als volgroeide broedende vrouw. Dood gevonden op 6 december 1998. Leeftijd, 10 jaar. Afstand 2 km.

Bosuil, gerind op 9 april 1989 als volgroeide vrouw op nest. Dood gevonden op 7 maart 2001. Leeftijd 12 jaar. Afstand 2km. (de oudste bosuil teruggemeld uit nederlan was 21 jaar).

Een ander voorbeeld is de Ooievaar die gerind is in Meppel op 13 juni 1998 als nest jong. Geschoten op 1 augustus 1998 in Mali. Afstand 4137 km. Dit was een jong van het Ooivaarsproject.

Deze kerkuilen zijn door mij geringd als nest jonge vogel.

> Kerkuil, geringd op 30 mei 1990. Dood op 11 januari 2000. Leeftijd 10 jaar. Afstand 19 km.

> Kerkuil, geringd op 27 mei 1989. Dood op 22 mei 2000. Leeftijd 11 jaar. Afstand 15 km.

 > Kerkuil, geringd op 21 mei 1990. Dood op 14 februari 1992 Brax, Frankrijk. Afstand 889 km.

 > Kerkuil, geringd op 08 juni 1995. Dood op 13 juni 2008. Leeftijd 13 jaar. Afstand 24 km.

  > Kerkuil, geringd op 31 mei 1993. Dood op 30 april 1995 Magyar, Hongarije. Dit is tot nu toe de enige in Nederland geringde kerkuil die is teruggemeld uit Hongarije.

Grutto, geringd op 30 mei 1980 als jong (Schiermonnikoog). Ring afgelezen op 16 april 2002. Leeftijd 21 jaar.

Grutto, gerind op 24 mei 1981 als jong (Arkeheempolder). Ring sfgelezen op 29 juni 2004. Leeftijd 23 jaar.

Grutto, geringd op 07 mei 1987 in Nederland als jong. Geschoten op 5 mei 1996 in Senegal NW-Afrika. Leeftijd 17 jaar. Afstand 4901 km.

IJsgors, geringd op 17 februari 2004 in Nederland na 2e kalenderjaar. Dood gevonden op 15 mei 2004 in Oost Groenland. Afstand 2757 km.

Roodborst, geringd op 14 september 2000 in Nederland 1e kalenderjaar. Dood op 5 november 2000 in Navara Spanje. Afstand 1008 km.

Roodborst, geringd op 10 oktober 2002 1e kalenderjaar. Gevangen en weer los op 14 april 2003 Kaliningrad Rusland. Afstand 1049 km.

Boerenzwaluw, geringd op 9 augustus 2000 als nest jong. Dood op 20 november 2000 in Bombaé, Zaïre. Afstand 5827 km.

Boerenzwaluw, geringd op 19 augustus 2003 als nest jong. Dood op 22 januari 2004 Griekwastad, Zuid-Afrika. Afstand 9222 km. (dit is voor Nl. de meest zuidelijkste terugmelding).

Kleine Karekiet, geringd op 7 augustus 1997  als 1e kalenderjaar. Gevangen en weer los op 25 april 2000 in Mali. Afstand 4430 km.

Kleine Karekiet, geringd op 22 mei 1993 in 2e kalenderjaar. Gevangen en weer los op 10 mei 2003 is 10 jaar (de oudste terugmelding is 12 jaar).

Pimpelmees, geringd op 13 september 1998 in Ventes Ragas, Lithouwen. Gevangen in NL. en weer los op 18 maart 2000.Veel Pimpel en Koolmezen komen uit Polen, Estland, Lithouwen en Rusland wel of niet geringd om in NL. te overwinteren.

Torenvalk, door mij geringd op 28 mei 1990 Nederweert 7 jongen in nest. Dood op 7 januari 1995 in Merigny-brizay Vienne Frankrijk. Afstand 641 km.

Sperwer, door mij gerind op 30 juni 2001 Asten-Heusden. Dood 1 november 2001 in Cadiz Spanje. Afstand 1904 KM. (dit was de 15e gerinde sperwer die vanuit NL. naar Spanje vloog.

Ik ringde bij de vogelwerkgroep van Nederweert de eerste kerkuilen op de kerk op 30 juni 1986, als 2 pulli in nest.

© All rights reserved: Ornitholoog en Auteur.

Theo van de Mortel.