Blog Agrarisch natuurbeheer werkt niet voor vogels.

8. apr, 2022

Agrarisch natuurbeheer werkt niet voor vogels, dieren, insecten en vlinders, maar wel voor de boer.

Miljoenen euro's zijn verspild aan agrarisch natuurbeheer, terwijl de vogels, dieren- insecten- en de vlinderstand alleen maar daalden, concludeerde de Rekenkamer onlangs.

 

Onder de titel " Waar is de Grutto? " in december 2021 is een rapport verschenen van de algemene Rekenkamer waaruit blijkt dat de huidige bescherming van de weidevogels niet werkt. Terwijl het geld voor weidevogelbeheer in twintig jaar is verachtvoudigd, is het aantal broedparen van onze nationale vogel, de grutto is gehalveerd.  De Rekenkamer, die onderzoek doet naar de kosten en effectiviteit van overheidsbeleid, concludeert dat hier belastinggeld ondoelmatig en ongericht is ingezet. Ook stelt ze vast dat boeren kiezen voor maatregelen die weinig effect hebben, zoals het markeren van nesten terwijl ze effectievere maatregelen als vernatten van hun grond negeren. Na dit kritisch rapport is er echter niets verandert. De weidevogelstand is in Nederland al vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw verslechterd, ondanks een reeks van maatregelen en oplopende investeringen. Deze vaststelling van de Rekenkamer is niet nieuw. De Raad voor leefomgeving en infrastructuur zei al in 2013 dat het weidevogelbeheer in Nederland op een fiasco is uitgelopen men is er niet in geslaagd om de dalende trend te doen keren. Het kost heel veel geld, maar het levert niks op. Het voornaamste punt van kritiek is dat het weidevogelbeheer helemaal is gekoppeld aan de landbouw, het zogeheten agrarisch natuurbeheer. 

Agrarisch natuurbeheer is onstaan in 1970.

Bij agrarisch natuurbeheer voeren boeren maatregelen uit die gericht zijn op het behouden en verbeteren van de biodiversiteit en kwaliteit van het landschap. Het voorziet in pakketten waaruit boeren kunnen kiezen, zoals natte greppels, laat maaien, nesten beschermen, bloemrijke akkerranden. Samen kunnen die maatregelen wel een hogere biodiversiteit en weidevogelstand opleveren, maar een combinatie van pakketten beperkt de boeren in hun lanbouwwerkzaamheden waardoor ze er niet voor kiezen. Diverse pakketten mogen ook niet worden gestapeld, terwijl één enkel pakket niet werkt. Het geld moet gemiste inkomsten compenseren. Compensatie voor minder opbrengst is terecht. Maar het haald niets uit. Er wordt gemeten op hectaris, op nesten en op broedparen, maar ze zeggen nooit hoeveel jongen er vliegvlug zijn geworden. Officeel mag een boer niet maaien en grond bewerken volgens de Wet natuur bescherming, als er beschermde vogels op zijn land broeden. Maar wie controleert dat?. 2 á 3 dagen nadat er gemaaid en mest geïnjecteerd is is het grasland weer schoon (ja schoon zonder levende wezens) dankzij de predatoren. Voor hen is het luilekkerland. De vos, kraaien en reigers worden een steeds grotere bedreiging voor weidevogels. De rovers krijgen hun smakelijke hapjes op een presenteerblaadje aangereikt door het zogeheten agrarisch natuurbeheer. Duizende vrijwilligers gaan in het voojaar op pad en markeren nesten met bamboe stokken. Zij verstoren de vogels meer dan dat ze goed doen. De boer krijgt daarvoor subsidie en zal de gemarkeerde nesten niet platrijden. Maar de plukken gras die om het nest blijven staan, trekken predatoren juist daar naartoe. En de vrijwilligers kunnen de al geboren kuikens niet markeren, die worden vermoedelijk platgewalst. De Rekenkamer verwerkte de reactie van toenmalig landbouw- en natuurminister Carola Schouten al in haar rapport. Schouten wees op een beleidsverandering waardoor sinds 2016 agrarische collectieven onder toezicht van de provincies het beheer uitvoeren in plaats van individuele boeren. Dit is een tendens ten goede, die nog wat tijd nodig heeft om echt succes te worden, meent de minister, die het huidige beleid in elk geval tot 2029 wil voordzetten, Maar de biodiversiteit schiet hier niets mee op, zegt ervaren onderzoeker ornitholoog Theo van de Mortel, die cynisch vaststeld dat het terugdringen van de veestapel niet lukt, en het aantal vogels, dieren, insecten en vlinders wel met 70% afneemt. Ook uit de cijfers van SOVON vogelonderzoek Nederland (2020) blijkt dat de meeste Boerenlandvogels nog steedsa achteruitgaan in aantal. Het aantal broedparen van de Grutto bijvoorbeeld zakte van 140.000 eind jaren zeventig naar 25.000 nu. Theo heeft de gloriejaren van het vroegere paradijs nog meegemaakt. In de jaren 1960 t/m 1980 waren er nog volop Grutto's aanwezig. Hangend in de lucht of staand op een weipaal en maar roepen Grutto-gruto-gruto! Er liepen zelfs jongen in de wei. Lanzaam is daar verandering in opgetreden. Alles moest groter en meer. Dat zou goed zijn voor de economie volgens de economen. We zouden er allemaal beter van worden. Ja, de mensheid, niet de natuur, dat was van minder belang. Met de grutto gaat het steeds slechter. Oorzaak is de intensieve melkveehouderij. Bloemen en kruiden hebben plaats gemaakt voor snelgroeiend gras met veel te weinig insecten voor de jongen en het gras wordt al gemaaid voor de kuikens kunnen vliegen. Dus het wordt gehakt.

De achteruitgang van de boerenland vogels.

In gebieden rondom de Groote peel, Diepenhoek in Someren, de Wetering in Nederweert, en de Kievitsloop waren eens het eldorado voor de grutto. Daar is inmiddels het geluid van de grutto bijna uitgedoofd. Helaas gaat het sinds 1960 ook zeer slecht met de veldleeuwerik. Deze nam met 95% af. Daarmee is ook deze soort een van de grootste slachtoffers van de intensieve landbouw. In 1975 werd het aantal broedparen geschat op 500.000. Nu in 2022, zijn er nog 35.000 broedpaaren over. Ook het aantal patrijzen is de laatste 30 jaar met 95% afgenomen. Tot 1975 was de patrijs een vrij algemene vogel van het boerenland. Sindsdien is de soort sterk afgenomen. Net als andere vogels van het boerenland lijdt de soort onder de voortdurende verdergaande intensivering van de landbouw. Oorzaak van de teloorgang van de patrijs is de grootschalige verandering van het boerenland. Denk daarbij aan het toepassen van insecticiden en het verdwijnen van akkeronkruiden, overhoekjes en ruige bermen en vooral aan een gebrek aan dierlijk voedsel voor de jongen. Patrijzen zijn vooral aangewezen op grasland en akkers. De kwaliteid van deze gebieden loopt al jaren terug. Vogels en dieren zijn kwetsbaar voor roofdieren en hebben moeite om in intensieve landbouwgebieden voldoende dekking, insecten, wormpjes en onkruidzaden te vinden. Veel broedpogingen mislukten door landbouwwerkzaamheden, zoals veel te vroeg maaien van het gras voor veevoer. Maar ook het veel te vroeg maaien van de slootkanten en wegbermen, men zou niet eerder dan beging augustus moeten maaien. Het verwijderen van bramen en wilgenstruiken langs sloten en wegkanten is het wegnemen van dekking en nestgelegenheid voor veel vogels. En dan komt de boer nog eens met de gifspuit om de insecten en wormpjes en onkruiden te doden. Weg voer voor veel vogels onkruid is geen vergif, chemisch spul wel! De vogels hebben niets meer en kunnen ook niet demonstreren. Daarom zijn ze gevlucht naar het buitenland waar het nog wel aangenaam verpozen is.

Maatregelen voor een oplossing.

Bij intensieve landbouw zijn er minder bloemen en insecten op het platteland die voedsel kunnen zijn voor de vogels. Dat is een zorgwekkende situatie. Een kruidenrijk grasland met voldoende bodumleven biedt optimale omstandigheden voor weide- en boerenlandvogels, dieren, insecten en vlinders samen. Maar medewerking aan het plan van minister Gerrit Braks die in de jaren zeventig Europees subsidiegeld binnenhaalde om optimale omstandig heden te realiseren is bij de boeren altijd laag geweest. Het natuurbeheer moet passen in de bedrijfsvoering. Dat is begrijpelijk, de boeren willen boeren. Compensatie geven voor wat de boer op vrijwllige basis achterwege laat, is niet voldoende voor behouden van de biodiversiteit. Bovendien is het onkruid ook niet aantrekkelijk voor de boer. Bloem- en kruiderijk grasland met een vochtige bodem was volop aanwezig in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, toen de gemiddelde boer tien koeien had, twaalf varkens vijtig kippen en  een trekpaard. Alles was nat boeren gebruikten weinig mest, er was weinig vee en ze maaiden laat. Die boeren gebruikten maar een deel van hun land en maaiden de hooilanden pas in de zomer. Daar zaten grotto's, tureluurs, kievit, wulpen, kwartels, patrijzen, fazanten, gele- witte kwikstaarten, veldleeuweriken, vlinders hazen en veel muizen. Nu in 2022 vinden de boeren dat deze vogels en dieren ook kunnen leven in eiwitrijke graslanden zonder bloemen, insecten en bodemleven (regenwormen, emelten en ritnaalden) terwijl er 5 keer per jaar wordt gemaaid en ingekuild. De velden zijn net complete biljardlakens waar niets te halen vald voor de vogels en andere dieren. Boeren krijgen acht keer zoveel subsidie om weidevogels te beschermen als in het begin deze eeuw. Toch is het aantal broedparen van deze vogels meer dan gehalveerd.

Terug naar vroeger is onmogelijk, maar wat is dan de oplossing?. Een van de reacties op het rapport van de Rekenkamer is dat reservaten en natuurgebieden het ook niet goed doen. Inmiddels is er een bedrag van 60 miljoen euro beschikbaar dat kan oplopen tot 120 miljoen euro in 2025. Dat is weggegooid geld, volgens de Rekenkamer, omdat alles is gericht op de landbouw en niet op de vogels en de natuur.

Het Aanvalsplan voor de boerenlandvogels.

Toenmalig landbouw- en  milieuminister Pieter Winsemius heeft vroeger met alle provincies afgesroken dat er vijftien kansrijke gebieden zouden komen van minnimaal duizend hecctaren, waar de boeren hun bedrijfsvoering afstemmen op de boerenlandvogels. Het grondwaterpeil moest daar omhoog. Maaien mocht pas als vogels waren uitgevlogen en er mochten daar minder koeien in de wei en wel na het broedseizzoen. Gif en drijfmest die het bodemleven kapot maken zou den daar tabou zijn. Maar het plan van Winsemius ging ook weer uit van de landbouw. Ook in dit aanvalsplan ontbrak het volgens Ornitholoog van de Mortel aan regie, aan duidelijke doelen en strategie om doelen te bereiken. Agrarisch natuurbeheer kan alleen effectief worden in grote gebieden. Het plan vanWinsemius bevatte alle bekende maatregelen maar dan op grote schaal. We hebben in Nederland geen plekken waar agrarisch natuurbeheer werkt vanwege compensatie aan de boer. Het grootste punt van kritiek op de subsidie voor agrarisch natuurbeheer is dat 40% van het geld op gaat aan administratie. Als je echt iets wil bereiken, dan moet je landeigenaren en boeren gaan betalen om Boerenlandvogels en wildedieren te gaan kweken in een geschikt landschap en een geschikte biotoop. Aldus Ornitholoog van de Mortel.

© Auteur / Ornitholoog,

Theo van de Mortel